Natuurboerderij

De reïncarnatie van Vishnu in Kurma, de zeeschildpad

In het hindoeisme zijn er drie hoofdgoden Brahma, Vishnu en Shiva. Zij staan voor geboorte of ontstaan (Brahma), voortduren (Vishnu) en vernietiging zodat nieuw leven kan ontstaan (Shiva).

Vishnu moet zorgen voor het voortbestaan van het leven. Wanneer de wereld dreigt ten onder te gaan, reïncarneert hij en komt op aarde. Er zijn tien belangrijke reïncarnaties. De tweede avatar van Vishnu is Kurma de waterschildpad.

De goden (deva’s) waren in een oorlog verwikkeld met de demonen (asura’s). De oorlog duurde eindeloos en de goden leden steeds meer verliezen. Ze wendden zich tot Vishnu voor hulp. Vishnu wist dat ze de nectar der onsterfelijkheid (amrita) nodig hadden. Om de nectar te verkijgen moesten ze de grote melkzee karnen. De zee van melk staat voor de kosmos, de blanke zee van mogelijkheden waarin wij ons bewegen, de Melkweg. Deze zee karnen was een helse klus. Dat konden de goden niet alleen. Ze moesten samenwerken met de demonen. De goden beloofden de nectar te verdelen.

De berg Mandara zou dienen als karnstok. Vashuki, de slang, was bereid zich rond de berg te wikkelen. De goden en demonen zouden elk aan één kant van de berg trekken. Zo gezegd, zo gedaan maar o wee, de berg zonk in de zee. Het hele karnen werd niets. Op dat ogenblik bood Vishnu aan te incarneren in een reuzewaterschildpad. Hij plaatste zich onderaan de berg zodat deze op zijn rug kon steunen. Na lang karnen kwam de nectar uit de zee. Vlug transformeerde Vishnu in Mohini, de allermooiste vrouw. De demonen lieten zich verleiden en stemden ermee in dat zij de nectar verdeelde. Mohini bedeelde eerst de goden en zorgde ervoor dat er geen druppel overbleef voor de demonen.

Zo hadden de goden het eeuwige leven terug en was de cirkel van geboorte, voortbestaan en vernietigen gered.

De berg, de karnstok, staat voor de ruggengraat. De ruggengraat beweegt heen en weer door de adem. De slang is de kundalini-energie die opgerold ligt en wacht om gewekt te worden. En de schildpad staat voor het bekken, de onmisbare steun voor de ruggengraat.